Woud-elven, de kinderen van Araima

Nadat de Woud-elven Araima de wouden in zijn gevolgd, keerde veel terug naar hun sjamanistische verleden. Ze zochten contact met de spirits van het bos en hun Godin Rystill. Waar Rystill onbereikbaar bleef begonnen zij de wegen van de Beastmen te volgen: de oude wegen van de krachten van het wild. Dit werkte verwildering en versplintering in de hand. Hun taal begon steeds meer te lijken op het gedrag van de beesten en beastmen waarmee zij zich omringde. Totdat uiteindelijk stammen die elkaar altijd als grootste bondgenoten hadden gezien, bijna geen grond meer hadden voor communicatie en van elkaar verwilderde.

Araima’s kinderen zijn nu zo goed als één met het woud, maar waar het keizerrijk en Aldur’s volk alleen maar verwilderde beesten zien, is het intellect en de begaanbaarheid met het woud nog steeds aanwezig, de stammen volgen de weg van Rystill en zullen het bos beschermen met hun leven. Door hun goede connectie met de natuur kunnen woud-elven tussen de 150 en de 170 jaar oud worden. Maar versplinter als dit volk is kan het zowel het Rijk van Iltharion als het keizerrijk geen strobreedte in de weg leggen.

Mochten zij zich ooit verenigen zal de natuur haar gekozen kampioenen hebben gevonden. Ook nu al zijn de woud-elven niet alleen vijandig: Zij die Rystill aanbidden gaan op pelgrimstochten naar hun gebieden, en vinden er een warm welkom. Zulke pelgrims claimen dat de woud-elven een wijsheid bezitten die zo oud is al de wereld zelf.