Trovat – God van Reizen, Handel en Geluk

Trovat is de god van de stervelingen die leven van verandering. Reizigers, die niet lang stil kunnen zitten. Handelaars, die hun waren het liefst zo snel mogelijk zien veranderen, en met verre oorden samenwerken voor de hoogste prijzen. Gokkers, die hun geld inzetten in de hoop iets nieuws te krijgen met wetenschap dat ze alles kwijt kunnen raken. Het is een levendige god, die vooral energieke volgelingen aantrekt. Zijn priesters zijn dan ook vooral handelaren, minstrelen, huurlingen en zeelieden.

Trovat heeft een exotisch uiterlijk. Zijn zongebruinde huid en felgekleurde kleren maken hem een zeer opvallende verschijning in welk gezelschap dan ook. Hij praat graag en zit vol verhalen. Het is de vraag of deze allemaal even waar zijn, maar zijn reputatie als bard overschaduwt af en toe in ieder geval zijn reputatie als handelaar. Maar welke handelaar wenst dan ook als een geslepen onderhandelaar bekend te staan? De grootste winst die een handelaar kan boeken is onderschatting.

De volgelingen van Trovat zijn gewend om altijd op pad te zijn, en leven van dag tot dag. Zij laten zich leiden door waar de munt heen rolt en zijn bereid om hiervoor een gokje te wagen. Hij die zonder risico handelt zal immers nooit waarlijk rijk zijn. En is het geen fantastische uitdaging een groot verlies te boven te komen?

Het symbool van trovat is een vista van de horizon, met een weg die de verte in gaat, met de zon en maan aan de hemel.

“Ah! Geëerde gast! Wees welkom in mijn handelaars kraam. Ik heb alles wat jouw hartje begeerd. Exotisch fruit? Edelstenen? Zijde? Magische artefacten? Voor de juiste prijs kunnen ze van jou zijn. Of wil je ruilen? Ik zoek nog goede wol voor de nachten wanneer ik in de woestijn ben.
Heb je iets anders? Breng het hier, dan kan ik het bekijken en er een waarde aan hangen.
In al mijn reizen en beleefde avonturen ben ik wel achter de kern van het bestaan gekomen, geld moet blijven rollen. Stil staan is achteruit gaan. Dus vertel het je vrienden, familie en kennissen. Ik sta hier nog voor twee dagen en dan ga ik weer voorwaarts…”