Tijd van Versplintering

Excerpt uit ‘Het leven van Keizer David de Kleine’ door Robrecht Aimander, Meester der Bardische Kennis.

Zijn vader stierf in het jaar 3925, kort voor zijn 30e levensjaar aanbrak. Het Keizerrijk rouwde over het verlies, want de gestorven Keizer was volgens alle verhalen een groots man, die veel bereikt had. Maar achter de schermen waren de hertogen al bezig met de toekomst. Na de dood van de Keizer verzamelden ze in Torquil, zogenaamd ter voorbereiding op de kroning, maar in werkelijkheid om hun zorgen te bespreken. Want de hertogen kenden de kroonprins, en het was hen allen duidelijk: Hij was een zwakke geest, maar eigenwijs, en hij zou zich niet makkelijk laten weerhouden van stomme keuzes

In die dagen, nog voor de kroning, werden de eerste wiggen in het eeuwenoude rijk gedreven. De hertogen vonden geen overeenstemming. Enkelen suggereerde dat het beter zou zijn om de jongere broer van David de troon te laten bestijgen: Hij was een waar zoon van zijn vader. Anderen dulden geen afwijkingen van de tradities van erfopvolging; het zou een gevaarlijk precedent vormen waar hij eigen zoons gevaar door zouden lopen. Er werd gesproken over sterk adviseurschap, en inspraak van de hertogen. En weer andere spraken, toen al, van eigen bestuur zonder keizer om over hen te waken.

Keizer David de Kleine werd gekroond, gezalfd en gezegend op zijn 30e verjaardag. Diezelfde dag nog riep hij de hertogen bijeen. Het gerucht gaat dat de toenmalig Hertog de la Muerta bij ontvangst van de sommatie gezegd zou hebben: “Bij Angharad, de geest van een oude keizer heeft hem betreden door de troon, en hij zal nu zijn daadkracht tonen en de hertogen verenigen.” De waarheid bleek anders. Er is nooit bekend geworden wat er in die ruimte besproken werd. Maar nog geen drie uur later vertrokken de hertogen bij de Keizer, en voor de nacht viel hadden de hertogen van Amsdan en Gresham Torquil verlaten, om nooit meer terug te keren. Pas drie volle maanden later ontving de Keizer woord van hun verraad aan het Rijk, en toen hadden ze hun verdedigingen al lang op orde.

In die eerste maanden bleek Keizer David de Kleine, indertijd nog zonder die bijnaam genoemd, een sterke wil te hebben. Hij had een visie, en voerde die hard door, zonder enige twijfel. Helaas bleek de wil niet gesteund door enige mate van politiek talent of intelligentie. De keuzes die hij maakte waren nagenoeg allemaal nadelig voor de bevolking, de schatkist, het leger, en het land. Alleen hemzelf ontbrak niets.

Toen woord van het verraad hem eindelijk bereikte, was hij even daadkrachtig als onverstandig. Binnen enkele dagen dwong hij de vloot uit Torquil uit te varen. Hen was de opdracht gegeven om binnen één maand victorieus terug te keren, of weg te blijven. Na de maanden van ongelukkige bezuinigingen op de zeemacht, waarin ook de vrouw van één van de admiralen verdwenen was en later dood achter het paleis werd teruggevonden, bleek dit een druppel te veel voor de drie admiraals van de op één na sterkste vloot van het rijk. Ze vaarden uit naar Amsdan en Gresham, maar in plaats van een gevecht vonden ze er een nieuwe thuishaven. Het is een publiekelijk geheim dat de Keizer hierna nog probeerde de vloten van Benice en Knokkelkaap te sturen, maar beide weigerden zich dood te vechten tegen de nu overduidelijk superieure zeemachten van Amsdan en Gresham.

Nog datzelfde seizoen volgde er een volgende klap voor de Keizer. Hij stuurde bericht naar de hertogen van Esgard en Daralis, met opdracht hun legers in te zetten tegen de verraderlijke buren. Maar juist deze hertogdommen, moeilijk te bereiken via land én zee, en hiervoor grotendeels genegeerd door de Keizer, op hoge belastingen na, hadden weinig smaak in bloeden voor een verre Keizer die ze weinig te bieden had. De brief van de Keizer werd niet beantwoord, de boodschapper keerde niet terug. Van de tweede boodschapper werd slechts de tabberd teruggestuurd, tezamen met meerdere geel-zwarte vlaggen besmeurd met as en bloed. Een oude dienstmeid hier in de Ivoren Toren vertelt nog steeds het verhaal hoe zij die avond, als dienstmeid van de Keizer, zijn woede gevoeld heeft. De Keizer zelf zou de oorzaak zijn van haar ontbrekende oog.

Binnen een half jaar was de Keizer vier van de negen hertogdommen verloren. Het volk was onrustig, want de belastingen werden voor de tweede keer in diezelfde tijd verhoogd, en veel producten werden steeds duurder nu de grenzen zo anders lagen. Toch had niemand indertijd verwacht dat de schade nog verder zou toenemen, want de terugslag werd voorbereid. Na de fout van haast leek de Keizer geleerd te hebben: De gehele winter werd uitgetrokken om de grote aanval op de verraders voor te bereiden. Uit het verre Hertogdom Illiamar, nu bekend als het Rijk van de Elfen, werden de sterkste militairen van het land op weg gestuurd naar de westerse grenzen van Vaelvilla, en uit Saldrad kwamen de grootste oorlogsmachines die de mensheid ooit geproduceerd heeft. In de heuvels langs de Ethlinn ontstond een kampement dat de wijde omgeving leeg at en dronk, maar dat sterker was dan de tegenstander ooit had kunnen tegenhouden.

De lente kwam, en de dagen werden geteld tot de invasie zou beginnen. Deze stond gepland voor de verjaardag van de Keizer, maar het is nooit zo ver gekomen. Vijf dagen daarvoor kwam de klap die de laatste dagen van het grootse rijk inluidde. De Elfen vertrokken. Het gebeurde van de ene dag op de andere, en aanvankelijk was niet duidelijk wat er gebeurd was. Ze waren, simpelweg, opeens verdwenen. Het duurde weken voor duidelijk was waar ze heen waren, en maanden voordat het gehele verhaal boven tafel kwam. Al vanaf het vertrek van de eerste Hertogdommen was een Elf genaamd Khalios Ylyndar bezig met het opzetten van een ondergrondse organisatie, en al de hele winter werd het vertrek voorbereid. Praktisch iedere elf wist ervan, en toen de sterren goed stonden slopen ze diep in de nacht weg, richting hun oude steden, in die tijd nog Hertogdom Illiamar, waar de volledige militaire macht uit was vertrokken.

De lente die volgde staat binnen het Keizerrijk ook wel bekend als de Lente van de Verloochening, maar in de rest van de bekende wereld spreekt men over de Lente van Verlossing. In die lente werd de versplintering van het Keizerrijk in ieder geval definitief. Het grote leger aan de oevers van de Ethlinn viel uit elkaar voor het ooit ten strijde trok, omdat de militairen uit Illiamar met valse hoop naar hun thuissteden terugkeerde, enkel en alleen om daar genadeloos afgestraft te worden door het nieuwe rijk van de HoogElfen. Daarop trok ook Saldrad haar machines terug, met het excuus van onvoldoende bemanning. De achtergebleven legers van de vier trouwe hertogen bleven aanvankelijk samen, tot Hertog de la Muerta aankondigde dat zijn gebieden de legers niet langer konden voeden. Achteraf gezien moet hij al beseft hebben dat de Keizer zou kiezen om terug te trekken. In ieder geval kondigde hij één dag na het vertrek van de laatste troepen uit zijn gebieden de onafhankelijkheid af.

Zo was het Keizerrijk geslonken tot slechts de drie Hertogdommen Brenna, Mountainside en The Fingers, nog vóór de lente écht doorgebroken was. Een tijd leek het dat hiermee een periode van rust aangebroken was. De Keizer likte zijn wonden, en verzon een nieuwe strategie: Niet alleen verhoogde hij de belasting om een groter leger te kunnen veroorloven, ook verbood hij alle handel en kennisoverdracht buiten het Keizerrijk. De rivieren werden afgesloten, en de grenzen keihard bewaakt. Het idee was dat de Vrije Hertogdommen nooit zouden kunnen bestaan zonder de handel en kennis uit het hart van het Keizerrijk.

De realiteit bleek anders. De rijke handelsstad Benice leed zwaar onder de nieuwe beperkingen, en kennissteden Saldrad en Ivoren Toren zagen grote delen van hun geleerden wegtrekken. Ondertussen werden de belastingen hoger, en het geld werd slechts aan het leger uitgegeven. Waar de inlandse steden weinig merkte van de verandering in handel, en de andere kuststeden Conquered Hold en Knokkelkaap grote hoeveelheden geld voor hun vloten ontvingen, werden deze drie steden zeer hard geraakt door het nieuwe beleid. En daarmee kwam, vlak voor de lente aan zijn einde liep, de laatste klap voor Keizer David de Kleine. Gezamenlijk keerde de drie steden zich af van het Keizerrijk, en verkondigde zich als drie Stadstaten.

De Keizer bleek nog steeds vechtlustig, en wilde zijn verzamelde legers inzetten om de steden te vernietigen. Maar zijn drie overgebleven Hertogen keerde zich tegen hem, en dwongen hem naar hen te luisteren. Een oorlog tegen deze drie steden zou het Keizerrijk te ver verzwakken, en potentieel uitdraaien op nóg een verlies. Zij gaven hem een duidelijke boodschap: Beter om de wonden te likken, de tijd te nemen, en de situatie te herzien, dan nog een keer een vernedering voor het Keizerrijk.

In de ogen van de Keizer was dat het laatste verraad. Toen zijn trouwe Hertogen zich tegen hem keerde, brak er iets in hem. Vanaf die dag trok hij zich terug, en liet hij bijna al het regeerwerk over aan de Hertogen en Graven. Het enige wat hij nog zelf deed, was het kiezen van een vrouw, maar toen zijn enige kind geboren werd, liet hij zelfs haar opvoeding aan anderen over. En zo spreekt ook iedere geschiedschrijver: In de lente viel het Keizerrijk, en nog diezelfde zomer viel de Keizer, al duurde het nog tientallen jaren voor hij daadwerkelijk zou sterven.