Tijd van Komen en Gaan

Uit de verslagen van Tyr, de tweede zoon van Huize Kheldrick der Clan Holger.

In het jaar 3114 vinden de mijnbouwers een gangenstelsel die zij niet eerder gemaakt hebben. Er wordt een onderzoeks-expeditie uitgestippeld. Deze bestaan meestal uit mijners en een paar vechters. De eerste groep komt maar niet terug en er wordt een tweede groep op afgestuurd. Deze bestond uit alleen maar vechters. Deze komt eigenlijk ook niet meer terug, op twee vechters na. Ze vertelden over een diep donkere plek, waar elke soort van licht verdoofd wordt. Je ziet niet waar je heen gaat of loopt. Ze leken te raaskallen, en riepen dat er een monster van de nacht loopt. Na die expeditie is er altijd bewaking geweest, want elke nacht viel het duister aan. De fakkels gaan uit, en je hoort alleen nog maar het geluid van dood.

Dit ging nog enkele decennia door. Totdat de clans het niet meer trokken. Ze gingen met bijna alle clans het gangenstelsel in met het licht van magie. Zo kwamen zij bij het uiteinde van het gangenstelsel. Hier was een heel bouwwerk uitgehakt. Ze konden het niet geloven, aan het einde van dit bouwwerk was een troon met een kristal van groen. De gierigste clan wou dit kristal gelijk in handen nemen toen het gebeurde: De wezens van de nacht hadden op hen gewacht. Al het licht ging uit en er klonk weer alleen maar dood. Daarna was het stil. Het geweld had veel lawaai gemaakt en de twee overige clans wisten dat ze weg moesten uit deze vervloekte bergen, op zoek naar een nieuw thuis.

Zo vertrokken de Holger en Murdaral Clan. Voor het eerst sinds tijden gingen ze weer buiten de bergen. Alles was anders dan dat ze zich hadden voorgesteld. Ze reisden uit de bergen door naar de bossen van Weylin Woods. Hier kregen ze voor het eerst contact met de Elfen. De Elfen moesten niets hebben van de Dwergen op hun gronden. De Elfen lieten ze graag door, maar bleven ze volgen totdat ze weer uit de bossen waren. Na maanden op verschillende plekken te zoeken bereikten de Dwergen de ‘Hazed’ Mountains.

De dikke mist die rond deze bergen hing was niet dik genoeg voor de Clans. Ze maakten weer expeditie groepen klaar om deze berg te temmen. Zo trokken de eerste groepen naar boven en binnen. Het duurde een dag en een nacht voordat ze weer terugkwamen. Maar eigenlijk kwamen ze niet meer terug. Er was iets met hun hoofden gebeurt, ze waren niet meer de Dwergen die ze waren voordat ze de mist in gingen. De Dwergen die de Mist nog niet hadden gevoeld kwamen bijeen. De Murdaral Clan vond dit het teken van de Goden dat ze nooit meer de bergen in moesten, terwijl de Holger Clan dit gewoon dikke pech vond. En hier scheiden de wegen van deze clans.

Zo vervolgt de reis van Huize Kheldrick zich met de Holger Clan. De reis ging naar het Oosten waar de Murdaral Dwergen naar het Westen trokken. In de eerste paar jaar was er nog contact met de andere Clan om te kijken of ze iets hadden gevonden maar in de loop van tijd hield dit  contact op. Zo trokken wij door het Keizerrijk van de Mens. Onze voorraad raakte op en we hebben met de mensen gehandeld. Wij gaven een deel van onze smeedkunsten in ruil voor doorgang en voorraad. Hier vertelden zij ook over de bergen ten Noordoosten van waar we waren, en dat we moesten oppassen voor de lang-oren. Wij trokken verder naar deze bergen om hopelijk een nieuw thuis te vinden. Voordat we de bergen via de Noordkant betraden hadden we nog het één en ander probleem met de Elfen. Dit was een ander type Elf dan die we eerder waren tegengekomen. Deze was agressiever en vijandiger op hun territorium. Wij trokken snel de bergen binnen waar wij ons sterker voelden dan in de winderige bossen.

Na enige maanden hadden we nog geen problemen ondervonden in ons nieuwe Thuis. En we bestempelde deze bergen tot de Holgers Reach, vanuit deze bergen zouden wij de Dwergen weer trots maken.