Teaser Omen XXVII – Leven, Dood

Hierbij de vierde en laatste teaser voor de volgende Omen, van 7 t/m 9 juni. Nog maar twee dagen, dus: Schrijf je snel in!

Het verhaal van Bargen, deel 3 van de 3.

Bargen laat zich neerploffen op de zachte grond, een hand op zijn onrustige maag, de andere voor zijn ogen in de hoop dat de wereld nu eindelijk stopt met golven.

Een dwerg hoort niet op een boot. De korte overtocht bij Puerto de la Muerta, zo gehaast voor de vallende schaduwen, dat was nog acceptabel. Maar de langzame tocht over de rivier die het Hertogdom Vaelvilla in tweeën splits was hem te veel. In de enorme stad Vaelvilla, waar Vrij Hertog de la Muerta hof houdt in de schaduw van de gigantische tempel voor Angharad, bleef Bargen voor dagen hangen, langer dan hij van plan was geweest, omdat hij zo op zag tegen de verdere boottocht. Hij had zelfs overwogen om de rest van de tocht te voet af te leggen; er loopt tenslotte een prima weg van Vaelvilla naar het Zielenmeer. Maar de boottocht was vele male sneller dan de voettocht, en uiteindelijk wist hij zichzelf toch ertoe te zetten wederom de havens in te gaan, op zoek naar een goedkope doortocht.

De boot die hij vond was tergend langzaam stroomopwaarts gevaren, tot vandaag. Op één dag lopen tot het Zielenmeer was de boot aangelegd, en weigerde de kapitein verder te varen, hoe veel goudstukken Bargen hem ook wilde toestoppen.
En daar zit hij nu, met eindelijk weer vaste grond onder de voeten, en wacht hij ongeduldig tot de zeeziekte wegtrekt. Nog één dag, en dan heeft hij zijn bestemming eindelijk bereikt. Het heeft jaren gekost, en deze bootreis was zeker de ergste niet.

Met gesloten ogen hoort hij de bootsmannen de lijnen losgooien, en de roeien te water slaan, om zo snel mogelijk terug te keren naar hun thuishaven. Ze zijn bang voor dit gebied, dat is hem duidelijk. Niet zo gek; het Zielenmeer heeft geen goede reputatie, en zeker de volgers van Angharad zien het als een vervloekte plek. Maar voor Bargen is het in alle waarschijnlijkheid de enige weg naar verlossing van veel van zijn problemen.
Enkele minuten later staat hij op en hijst zijn bezittingen op zijn rug. De avond begint te vallen, en hij moet een slaapplek vinden, zodat hij morgen het laatste deel van zijn reis kan afleggen.

De nacht is al bijna gevallen als Bargen zijn hangmat uitspant tussen twee bomen. Veel andere opties lijken er niet te zijn, hier. Hij maakt zich weinig zorgen; de gemiddelde rover is niet dapper genoeg om in dit zogenaamd vervloekte gebied te komen. Er zijn vast wilde dieren, maar de kans dat ze in de buurt van het luide gesnurk van een dwerg komen is klein. En het oorlogsgebied, de grens met Hertogdom Brenna, ligt op een ruime dag afstand, dus de soldaten zullen hier niet komen.
Maar net als Bargen zijn tassen aan een tak heeft gehangen en in de hangmat wil klimmen, hoort hij een geluid. Onmiskenbaar; er loopt iemand door het droge bos. Langzame voetstappen, misschien van een gewonde, misschien van een ouder persoon. Eerst één, dan worden een tweede en een derde onderscheidbaar. Ze komen van grofweg dezelfde kant.
Fronsend, met enigszins trillende handen, maakt Bargen zijn lantaarn uit. Te laat, wellicht, maar het geeft zijn ogen de kans aan het donker te wennen.
Het blijkt net op tijd te zijn, want zijn ogen beginnen pas net aan te passen als de drie het kleine open plekje opstappen. Direct weet Bargen dat hij diep in de problemen zit. Hun kleding mag er dan nog goed uit zien, en hun haren en handen schoon en verzorgd; hun ogen zijn dof, en de wangen ingevallen. Maar bovenal halen ze geen adem.
Ondoden.
Sterke ondoden, bovendien: Het was niet zomaar een necromancer die deze drie overeind zette.
‘Goedenavond,’ weet Bargen uit te brengen, met trillende stem. ‘Kan ik iets voor u doen?’
De drie kijken hem aan, zonder enige beweging. De voorste, een vrouw in rijke kleding met gouden randen en een zonnebloemsymbool op de linker borst, schud na enkele tellen haar hoofd. ‘Nee.’
‘Ah… Ik wilde net gaan slapen.’ Bargen slikt, werpt een blik over zijn schouder. ‘U kunt gerust passeren, of blijven, als u dat wil. Let niet op mij.’
Een van de mannen stapt naar voren. Pas nu ziet Bargen dat hij een voorwerp vast heeft, met twee handen, respectvol en bijna voorzichtig voor zich uit gedragen. De stem van de man kraakt, alsof zijn keel niet geheel intact is. ‘U hebt gezien. Dit is niet toegestaan.’
Bargen begint zijn hoofd te schudden, en tegen te sputteren, maar de tweede man is al naar voren gestapt, zwaard in handen, en voor Bargen een zinnig woord uit kan brengen voelt hij het koude staal zijn buikholte binnendringen.

Bargen herinnert zich niet dat hij op zijn knieën is gaan zitten. Hij weet niet waar de drie heen zijn, of waar het wapen dat hem gedood heeft is. Hij heeft zijn handen op zijn buik geduwd, alsof hij de gestage stroom aan bloed tegen zou kunnen houden.
Het is hem volstrekt duidelijk: Hij is aan het sterven. Op één dag van zijn doel, is hij aan het sterven. Hij had kunnen weten dat de Goden hem zijn doel nooit zouden laten bereiken.
Tegen beter weten in, richt hij zich tot Haar, die hij ooit diende. Een stille roep om vergeving, gefluisterd op zijn laatste paar teugen lucht. Maar in zijn hart gelooft hij er niet in.

Hoe graag hij ook zou willen dat iemand hem zou zien, hier, in zijn laatste momenten, de ogen blijven gesloten. De dood komt, zoals het voor eenieder komt: Eenzaam, nét voor het doel bereikt is.

Lees meer

Omen logo

Teaser Omen XXVII – Dag, Nacht

Hierbij de derde teaser voor de volgende Omen, van 7 t/m 9 juni. Nog maar één week, dus: Schrijf je snel in!

Het verhaal van Bargen, deel 2 van de 3.


Bargen stapt de weg op, een kreun van pijn onderdrukkend als zijn moeie voeten het grind raken.

De zon heeft net de horizon geraakt, de nacht zal snel vallen. De omweg die hij genomen heeft, heeft hem weken gekost. Van de brug, terug langs Torquil, naar de voet van de Hazed Mountains waar hij voor geen goud dieper in wil trekken. Langs de bergen naar het Noorden, ver Torquil voorbij, tot hij de weg langs de Ethlinn nu eindelijk bereikt heeft, zonder de oorlog aan de grens tegen te komen.
Het was geen fijne reis. Iedere dwerg weet dat de Hazed Mountains niet veilig zijn, en iedere nacht sliep hij slecht, continu op zijn hoede. Er lopen geen wegen langs de bergen in dit deel van het land, en er zijn weinig reizigers of dorpjes. Eten moest hij zelf bij elkaar zien te krijgen, en ondanks zijn jarenlange reis gaat hem dat altijd slecht af.
Nu staat hij op de weg, en kijkt om zich heen, terwijl de schaduwen zich uitstrekken. Hij weet niet precies waar hij is, en er is niets om het aan te herkennen. Het goede nieuws is dat hier geen oorlog lijkt te woedden, zoals hij al hoopte. Het slechte nieuws is dat er ook geen herberg, dorp of fort in zicht is, alleen de wilde stroom van de Ethlinn, die de grens vormt tussen het Keizerrijk en Vaelvilla. Ergens moet hij de oversteek gaan maken, om bij Puerto de la Muerta te komen. Maar eerst moet hij ergens overnachten, veilig voor rovers, dieren, en gevaarlijkere wezens.

Net als hij zijn vingers door zijn baard haalt, en voor de honderdste keer ontdekt dat er weinig baard meer over is, ziet hij iemand anders op de weg, rustig wandelend in de lange schaduwen van de bergen. Bargen fronst, en probeert een beeld te krijgen van de figuur in de verte, maar de zon schijnt nog nét in zijn ogen over de uitlopers van de bergen. Het zal, zo verzucht hij tegen zichzelf, wel weer geen goed nieuws zijn. De Goden verrassen hem zelden met iets goeds. Toch is er weinig keuze: De wandelaar is het enige teken van leven in de omgeving, en Bargen moet weten welke kant hij op moet.
Zittend op een grote rots langs de weg laat Bargen zijn pijnlijke voeten rusten, en wacht af tot de wandelaar hem bereikt. De schaduwen van de bergen strekken zich steeds verder uit, en ze bereiken hem maar net voor de wandelaar. Nu de zon verdwenen is, bekruipt de kou van de nacht hem direct, en hij trekt zijn mantel strakker om zich heen.
De wandelaar is een oudere man, en pas nu de zon uit zijn ogen is ziet Bargen hoe moeilijk hij loopt. Hij draagt slechts wat linnen kleding, veel te koud voor de nacht, en heeft totaal geen bepakking.
Als hij er bijna is, klautert Bargen van zijn rots af, en stapt terug het pad op. De man schrikt, en van dichtbij ziet Bargen de wittige waas in zijn ogen. Een angstvallig gevoel bekruipt hem, en voor hij zichzelf tegen kan houden grijpt hij naar zijn nek, naar een ketting die er al jaren niet meer hangt.
‘Wie gaat hier?’ De stem van de oude man kraakt, zwakjes. ‘Een andere verlorenen? Of slechts een stommeling die niet weet wat hij doet?’
Bargen aarzelt een moment. ‘Eh… Heerschap, ik ben… Ik ben Bargen.’ Voor het eerst sinds jaren spreekt hij de waarheid over zijn naam, en het voelt als een leugen. ‘Ik ben op weg naar Puerto de la Muerta… Maar wellicht ben ik wel verloren, ja. Ik weet de richting niet.’
De mistige ogen van de man lijken hem te zoeken, maar niet te vinden. Dan schud de man zijn hoofd. ‘Stommeling. Weet je het niet? Het is oorlog hier. Alleen zij die het einde zoeken lopen in deze schaduwen.’ 
Inwendig vloekt Bargen. ‘Ik dacht dat de oorlog alleen aan de andere kant van de rivier was. Ik heb geen manschappen gezien, toen ik…’
Maar de man begint te lachen, om zich al snel te verliezen in een zware hoestbui. Pas als hij bij komt schud hij zijn hoofd. ‘Stommeling, ik zeg het je. Geen oorlog tussen stervelingen. Hier vechten de dag en de nacht. Telkens weer. Kijk, met je jonge ogen, en zie: De nacht is aan het winnen! De maan zal haar felle licht schijnen en de zon verdrijven. Maar nu, nu vechten ze. En in de schaduwen komt het monster.’
‘Monster?’ ‘Ha! Zal ik het je vertellen? Heb je de tijd? Nee, stommeling.’ Met trillende handen wijst de man in de richting waar hij vandaan kwam. ‘Ren. Ren die kant op, en ren tot je het pondje aan de overkant ziet. Met geluk valt het licht nog tussen de bergen door, en kom je er vóór het in de schaduw ligt. Met geluk kan je hard genoeg schreeuwen dat ze je horen, daar aan de overkant. Met geluk heb je geld. Vertel me, stommeling, heb je veel geluk?’

Maar Bargen hoort de laatste zinnen niet eens meer. Hij is al aan het rennen, zo hard zijn pijnlijke voeten hem kunnen dragen.

Lees meer

Omen logo

Update regelsysteem

De afgelopen maanden is de regelcommissie zeer druk bezig geweest, en bij deze is versie 4.3 van de regels online, en we zullen er vanaf komende Omen (XXVII) mee spelen.Sommigen van jullie hebben al stukjes van de vernieuwingen gezien, voor anderen is het nieuw. Voor de meeste spelers zijn de verschillen heel klein. Als het goed is, is het voor iedereen een positieve, versimpelende werking.

De nieuwe regels vind je hier: https://omen-larp.nl/meedoen/#regelsysteem

De hoofdlijnen van de regelwijziging zijn als volgt:
– Verduidelijkingen in de regels toegevoegd waar de ervaring uitwees dat dit nodig was.
– De call-lijst ingekort, door ‘dubbele’ calls te verwijderen.
– De spreukensets aangepast naar aanleiding van IC gebeurtenissen.- Enchantments en Alchemy stevig aangepakt, na een hoop feedback van spelers.

Één nieuw stukje tekst dat we specifiek even willen noemen, is deze:
“Een call moet duidelijk uitgesproken worden nadat de betreffende aanval een doelwit heeft getroffen. Je mag dus bijvoorbeeld pas Shatter roepen nadat je iemand zijn schild hebt getroffen en niet al terwijl je slaat. Dit voorkomt dat er calls geroepen worden, die geen effect zouden moeten hebben, omdat de aanval mist. Maar, let op, de call behorende bij een spreuk mag nooit meer dan 10 seconden ná de incantatie geroepen worden, tenzij dit specifiek bij de spreuk vermeld staat. Je kunt dus niet een touch-effect oproepen, en pas minuten later er iemand mee aanraken.”
Dit is een wijziging die voor iedereen belangrijk gaat zijn, let hier dus komend event goed op!

Daarnaast vragen we jullie om allemaal in ieder geval even naar de errata te kijken, zodat jullie weten of er voor jullie relevante skills veranderd zijn.
Als er dingen op jouw sheet veranderen, kan je bij de incheck (of vooraf via de mail) eventueel regelen dat dingen op basis daarvan veranderen. In overleg met ons kan dan bepaald worden wat redelijk is.

Als jullie nog vragen hebben, aarzel dan vooral niet om contact op te nemen met de regelcommissie of het bestuur.

Lees meer

Omen logo

Teaser Omen XXVII – Noord, Zuid

Hierbij de tweede teaser voor de volgende Omen, van 7 t/m 9 juni. Nog maar een paar weken, dus: Schrijf je snel in!

Het verhaal van Bargen, deel 1 van de 3.


Bargen is al jaren op reis.

In zijn ouderlijk huis is hij niet meer welkom, en een paar iets té spannende avonturen leerden hem om Vrij Hertogdom Esgard ook maar te vermijden. Irritant, want veel van de belangrijke wegen lopen door Esgard. Extra vervelend, want hij kwam terecht in Amsdan, terwijl hij in Vaelvilla wilde zijn. Precies de verkeerde kant, dus. Inmiddels, bijna drie seizoenen, een angstaanjagende zeereis, een hoop koude nachten en een vernederend bezoek aan de barbier verder, staat hij op de grote brug over de Ethlinn vlakbij Torquil. Hij staat, kijkt naar de stroom vluchtelingen die richting Torquil trekken, en vloekt tegen alle Goden voor hun afkeer tegen hem.

Zachtjes scheldend wacht hij, de neiging om vingers door zijn idioot korte baard te halen onderdrukkend, tot hij een handelaar aan ziet komen. De man is zijn zware kar de brug op aan het duwen als Bargen hem bereikt, en begint te helpen duwen. Pas als ze boven zijn, en even op adem hebben kunnen komen, steekt Bargen zijn hand uit naar de man. ‘Georg, priester van Trovat,’ zegt hij, de leugen bezegelend met een ferme handdruk.
Het gezicht van de man licht op. ‘Ah! Een eer u te ontmoeten, priester. Ik ben Leo.’
‘Leo, het kan niet anders dan dat Trovat bij u is, zo zwaar is uw kar! Waarom zo’n haast naar Torquil?’
De man lacht hardop. ‘Ah, simpel! Er trekken honderden zielen naar de stad, ontruimd uit de grensgebieden door Hertog van Brenna. Daar zal geld te verdienen zijn, heer priester!’
‘Ontruimde grensgebieden, ik hoorde al zoiets. Ik kom van ver, en ken de gebieden niet. Kunt u mij vertellen wat er speelt?’ Inwendig rolt hij met zijn ogen. De mensen zijn te dom om het verschil tussen een heuveldwerg en een bergdwerg te zien, dat had hij al lang geleerd.
‘Ik dacht het al! Een heuse heuveldwerg, dat zien we niet vaak, hier! Het zal me vast geluk brengen. Maar laat me je het nieuws vertellen. De grote oorlog is eindelijk losgebroken! Het Keizerrijk zal weer gaan groeien! Hertog van Brenna is in oorlog tegen het Vrije Hertogdom Vaelvilla, de gehele grens is één grote oorlogszone. Ha! Ideaal, want alle handelaren die vanuit het Oosten moeten komen, gaan hier voorlopig niet te zien zijn!’
‘De gehele grens, zegt u? Dan zal ik op het geluk van Trovat moeten vertrouwen, want langs die grens loopt mijn pad. Gaat u snel verder met uw waren, handelaar, ik zal u niet langer ophouden.’
‘Ach, priester, één moment nog? Een zegening, voor geluk op de markten?’
Hoofdschuddend keert Bargen zich naar de kar, en maakt de rituele bewegingen die hij zo vaak zag in de tempels onder de bergen, zonder greintje overtuiging. Vol dankbaarheid werpt de handelaar hem een munt toe, voor hij wegtrekt. Bargen staart hem na, de munt in handen.

Oorlog tussen het Keizerrijk en de Vrije Hertogdommen. Dat zat er al jaren aan te komen: De Keizerin snakte ernaar. Maar dat het nu juist Vaelvilla zou zijn die de eerste klappen krijgt, dat verbaast hem. Hertog de la Muerta weet donders goed dat hij het Keizerrijk niet uit moet lokken. En Hertog van Brenna is een stuk minder oorlogszuchtig dan de Keizerin.
Welke vonk heeft deze oorlog doen ontstaan? Welke sukkel heeft een fout gemaakt? En hoe lang gaat dit nog doorslepen?
Eigenlijk maakt het Bargen ook niet uit. Hoe het ook gebeurd is, het is opnieuw een tegenslag. Trovat zelf zal hem vervloekt hebben, verzucht hij.

De weg naar het Zielenmeer zal nog lang zijn.

Lees meer

Omen logo

Teaser Omen XXVII – Het Nieuws

Hierbij de eerste teaser voor de volgende Omen, van 7 t/m 9 juni. Schrijf je snel in! En kan jij ook niet wachten tot het juni is? Schrijf je dan ook in voor de barmiddag op 23 maart.

Uit een Keizerlijk Nieuwspamflet verspreid in het gehele Keizerrijk:


Jare 3988
2e maan
Officiele nieuwsverspreiding in naam van Hare Majesteit de Keizerin.

Scheepsbouwers gezocht in Knokkelkaap
In naam van Hertogin Con Laog roepen de scheepswerven van Knokkelkaap capabele scheepsbouwers, leerling-scheepbouwers en aspirant-leerling-scheepbouwers op om zich te melden. Er zijn geruime hoeveelheden bouwers nodig. Vergoedingen zijn bovengemiddeld, voeding en onderdak voor bouwers en hun partners wordt voorzien, kinderen niet welkom.

Grensoorlog Brenna duurt voort
De onrust aan de grens van Hertogdom Brenna, waar de legers van Hertog van Brenna vechten tegen de manschappen van de verrader Leopold Indeboom en zijn bondgenoot, de gravin van Miadora (onderdeel van het afvallige Hertogdom Vaelvilla), gaat onverminderd door. Er is geen enkel gevaar voor inwoners van het Keizerrijk. Hertog van Brenna heeft slechts een klein deel van zijn legers ingezet, en houdt met de resterende manschappen de overige grenzen veilig.
Het moge duidelijk zijn dat het voortduren van deze schermutselingen slechts geduld wordt vanwege het inherente verzwakken van de verraders en afvalligen buiten de grenzen van het Rijk. De onvoorwaardelijke steun en inzet van Hertog van Brenna wordt geprezen aan het Hof, en er is geen twijfel mogelijk over de uiteindelijke victorie over de verraders.

Keizerlijk decreet: Vrij-mijn verbod in Mountainside
Het is per direct verboden voor eenieder om mijn- en graafwerkzaamheden uit te voeren in Hertogdom Mountainside. Alleen met directe toestemming van Hertog Bergzijde of één van zijn Graven mogen dergelijke werkzaamheden nog plaats vinden. Dit verbod is tevens geldig op persoonlijk grondgebied.

Lenteschoonmaak Torquil
Op de 10e dag na de 3e nieuwe maan van het huidige jaar zal de grote lenteschoonmaak van Torquil weer plaatsvinden. Alle inwoners worden er aan herinnerd ramen en deuren te sluiten, en gedurende de hele dag binnen te blijven, terwijl de Magiers van de Keizerin de straten en pleinen opschonen.


 

Lees meer

Omen logo
Omen logo

Resultaten Evaluatie Omen XXV

Met Omen XXVI alweer voor de deur wil je misschien wel weten hoe het vorige keer ging en hoe wij met die kennis Omen XXVI beter gaan maken. Wij hebben jullie feedback via de evaluatie ontvangen, erg bedankt voor het invullen! Op basis van jullie feedback weet de organisatie wat er beter kan en wat we juist zo moeten doorzetten.

Wij waren zelf erg tevreden met Omen XXV. Op veel kernpunten zagen jullie ook vooruitgang, dus we zijn blij dat jullie onze tevredenheid delen. Er gingen ook een paar dingen wat minder, waar we natuurlijk iets gaan doen.

De volledige details hierover kan je hier lezen in de evaluatie.

De scores van Omen XX t/m XXV
De scores van Omen XX t/m XXV

Mocht je een vraag hebben over de evaluatie, kun je het bestuur een mailtje sturen.

Lees meer

Omen logo

Teaser Omen XXVI – Rijkdom

Hier de laatste teaser voor de volgende Omen, van 5 tot en met 7 oktober. Schrijf je snel in!

‘Papa papa papa papa! Kom snel! Je raad nóóit wat ik nu gevonden heb!’

Leunend op zijn hooivork probeert de boer rechtop te gaan staan. Een pijnlijk proces, na uren voorovergebogen te hebben gestaan. Zijn lijf heeft het moeilijk, maar hoe gek is dat, op zijn leeftijd? Al bijna dertig zomers, en nog steeds kunnen zijn zoons de taak niet overnemen. Toen hij hun leeftijd had, draaide hij de boerderij al bijna alleen. ‘Wat is het, jong? Jij was de varkensstallen toch aan het mesten?’

‘Ja! Klopt! En toen vond ik dus –’

‘Het kan me niet schelen wat je vond. Is het klaar?’

Zijn jongste zoon kijkt een moment oprecht beteuterd, en schudt dan zijn hoofd. ‘Nee… Bijna. Maar pap, ik denk dat we rijk zijn!’

‘Rijk? Ach jong, kijk om je heen! De hele boerderij is van ons en van niemand anders! Is dat niet rijkdom genoeg?’

‘Pa-ap! Kom nou gewoon kijken!’

Hoofdschuddend zet hij de hooivork weg, en volgt zijn zoon. Tot zijn verbazing niet naar de varkensstal, maar het woonhuis in. Zijn vrouw zit aan de tafel, met iets kleins in haar handen. Ze huilt, maar als ze opkijkt ziet hij dat het van blijdschap is.

‘Lieverd,’ snikt ze, ‘ik kan het niet geloven. We zijn vrij. We hoeven nóóit meer te werken. Het is het mooiste wat ik ooit gezien heb!’

Dan opent ze haar handen. Voor een kort moment ziet hij de glimmering van goud, en dan opent zijn derde oog zich. Een donkere ruimte, koud en klam, met een lage tafel in het midden, en daarnaast een enorme zuil. Op de tafel ligt een mensvorm, maar er is geen teken van leven. De smaak van dood kruipt in zijn mond, en onwillekeurig zet hij een stap terug.

Zijn hak tikt tegen een drempel, en plots valt hij. Van schrik sluit het derde oog, en ziet hij zijn vrouw weer, de schrik in haar ogen onmiskenbaar. Ze staat al voor hij zelf de grond heeft geraakt.

‘Schat! Gaat het?’

Hij gromt, komt overeind. ‘We zijn niet rijk. We zijn vervloekt. Wat het ook is, ik wil er van af.’

 

Lees meer

Omen logo

Teaser Omen XXVI – Het Licht

Hier de tweede teaser voor de volgende Omen, van 5 tot en met 7 oktober. Schrijf je snel in!

Hij noemde zichzelf vaak dienaar van het Licht, maar hij kwam van een donkere plek. Het Licht was lange tijd vergeten, verloren geraakt, verstopt en opgesloten. Maar het Licht begint te ontwaken, de Zon nadert de horizon. En als een vogel die niet kan wachten, was hij uit zijn donkere plek tevoorschijn gekomen, om het lied van zijn meester te fluiten.

Deze nieuwe plek kende hij amper, maar wat hij hoorde beviel hem. Een keizerlijk rijk dat een belegering had weten af te slaan en de grenzen wist te verleggen. Een kind-god, op talloze plaatsen ritueel omarmt en verheven tot het pantheon. Een ver land waar ver uit elkaar gegroeide soortgenoten vechten om eigendom van een stad, een tuin, een boom. Deze plek begrijpt verandering, deinst er niet voor terug. Keuzes worden gemaakt, verdedigd of verraden. Geschiedenis verdwijnt en verschijnt zonder dat iemand het merkt.

De Zon zal weer opkomen, dat wist de dienaar zeker. Het heilige licht zal weer schijnen en alles wat het raakt zal weten waar het toe behoort. Het zal niet lang meer duren, weet de dienaar, en dan zal hij weer aan Zijn voeten knielen. Dit keer voor eeuwig.

Lees meer

Omen logo

Teaser Omen XXVI – De reis van het kind

Samen reisden ze rond. Van dorp naar dorp, door bossen en bergen, langs de grote steden en over de kleinste wegen. En overal deden ze hetzelfde: De acceptatie zoeken. Soms werden ze weggejaagd, soms met open armen ontvangen. Daar waar het kon, tekenden ze een cirkel en het zand, en vroegen iedereen binnen te stappen en hun god te omarmen. En waar zij gingen, verschenen de boom en de schommel in het zand, en kwamen zij die door gekte bevangen waren weer tot hun zinnen.

En achter hen aan liep een ander, een eenzame pelgrim die al die cirkels in het zand bezocht, er in stond en met luide stem verkondigde:

Hoort dit, alle gij volken,
neemt ter ore, alle bewoners der wereld,
zowel geringen als aanzienlijken,
rijken en armen tesamen.

Mijn mond zal over waarheid spreken
de geschiedenis zoals deze is gekend
Uw oor zal tot een spreuk neigen
mijn geheimenis te verspreiden

Waarom zou een Kind vrezen voor de Nacht
Wanneer de Vader eenieder naar bed brengt?
Waarom zou een Kind ooit honger leiden
Wanneer de Vader zijn geliefden voed?

Velen kinderen werden immers verzorgd,
En velen werden ouder bij iedere passage,
Al zullen er telkens ook verloren gaan,
Omdat er immer voedsel tekort komt.

Maar één Kind lag stilletjes onder de tafel,
Waar de Vader zijn ogen niet laat vallen
Het Vergeten Kind kreeg slechts de kruimels die vallen,
Hoorde slechts de woorden die tot anderen gesproken worden

Het Kind is door u opgestaan en heeft de schaduw verlaten,
Het heft zijn vuisten tot de Vader, de broeders, de zusters,
Opdat zij hem niet langer zullen vergeten en hij zijn plek zal krijgen
Aan de tafel die hij zo lang slechts van onder kende

Het Kind zal zich Verzetten tegen het Juk van de vader
Het Kind kent de Ambitie zijn plek terug te pakken
Het Kind wil de Vrijheid om zichzelf te worden
En het Kind is toegewijd aan allen die zich aan hem wijden

Hoort dit, alle gij volken,
neemt ter ore, alle bewoners der wereld,
Deze woorden van waarheid gesproken
En verspreid ze opdat allen het horen.

Lees meer