Moira – Godin van Vrede en Genezing

Moira is altijd de wachtende derde, de oplossing van het conflict, de synthese. Ze heeft de stille geduldige kracht van een berg. Heeft een hekel aan vechten, wapens, lawaai en onrust. Ze is een teer vrouwtje, gekleed in een witte jurk. Ze is de beschermgodin van vredesverdragen en helers. Ze zal nooit haar toevlucht zoeken in woede of geweld. Toch is ook Zij op haar eigen manier heel machtig. Moira praat niet. Zij zal dus nooit boodschappen aan haar volgelingen doorgeven in de vorm van woorden. Niemand weet wat de beweegredenen achter Haar daden zijn. Ze geneest of ze geneest niet. Ze bewaart de vrede, of niet. Ze geeft geen uitleg. Ze doet simpelweg…

Haar volgelingen geloven blind in Haar. Wat Moira doet, is het juiste. Er is geen discussie mogelijk. Stuurt Moira geen genezende kracht wanneer daarom gevraagd wordt? Dan heeft het zo moeten zijn. Mondt een conflict uit in gevecht, ondanks de vraag om vrede? Dan heeft het zo moeten zijn. Zij gaan conflicten niet uit de weg, maar zullen zeker geen conflict beginnen. Dat betekent echter niet dat haar volgelingen per definitie gezapige lieden zijn. Om een conflict op te lossen of om een gewonde te genezen moet men soms spreekwoordelijk even ontploffen. Alles om de rust daarna weer te laten wederkeren. In tijden van oorlog, zul je hen vaak aan de rand van het slagveld zien bidden naar haar, vragend om een eind aan de onrust, wijsheid om het conflict te beëindigen en kracht om te genezen wanneer de strijd toch losbarst. Priesters van Moira dragen graag witte kleding, om zo dichter bij Haar te zijn.

Het symbool van Moira is een driehoek gevuld door twee donkere driehoeken en een lichte ruit. Ook te zien als een gestileerde berg.

Moira

“Zie je dat schilderij boven de haard jongen? Dat is je overgrootopa, mijn vader. Het had niet veel gescheeld of ik dat schilderij was er nooit geweest en ik ook niet.”

“Waarom niet opa?”

“Dat zal ik je vertellen jongen. Weet je waarom mijn vader staat afgebeeld voor een berg, terwijl er hier in buurt helemaal geen bergen zijn? Nee? Misschien kun je het raden. Denk maar eens goed aan de banier die we in de kapel hebben hangen.”

“Moira’s Berg?”

“Inderdaad knul. Mijn vader heeft die kapel voor haar opgericht. Toen hij een jong man was raakte, kreeg hij om iets verschrikkelijks onbenulligs ruzie met zijn beste vriend. De ruzie liep hoog op en ze raakten vrijwel dagelijks slaags. Het liep zelfs zo hoog op dat mijn vader de ander uitdaagde tot een duel. De dag en de tijd werden bepaald. Het hele dorp werd betrokken in hun vete en steeds meer dorpelingen kozen en kant. Niet alleen de twee jongemannen raakten slaags, maar er waren ook steeds meer gevechten tussen dorpelingen.
Op de bewuste dag van het duel verschenen niet alleen de twee jongens op het veld net buiten het dorp. Het volledige dorp was verdeeld in twee kampen en het duurde niet lang of een waar slagveld vond plaats. Mannen, vrouwen en kinderen vochten met elkaar.
Totdat zij verscheen.
Aria, een priesteres van Moira. Daar stond ze, midden op het slagveld, tussen het geweld, in haar witte jurk. De haren wapperend in de wind, de armen omhoog, als wilde ze de lucht omarmen. Langzaamaan verstomde het geluid en en voor een hielden de mensen op met vechten. Overal lagen gewonden. Ook mijn vader was dodelijk gewond. Aria liep langzaam langs alle gewonden en legde op ieder haar hand. Maar lang niet iedereen werd genezen. Niet iedereen ontving Moira’s genezing. Mijn vader wel.
Hij heeft meteen de kapel laten bouwen en heeft daarna nooit meer gevochten. Vrede zou er zijn.”

– Alsdorf Mertens tegen zijn kleinzoon