Hoog-elven, Aldur’s Volk

Door onderlinge gevechten, werd het gefragmenteerde rijk van het volk van Aldur lang geleden overgenomen door het keizerrijk. De hoog-elven werden eerst een gelijkwaardig onderdeel van het keizerrijk, maar al snel werd land geconfisqueerd en werd het duidelijk dat de elven een tweederangs burger-status werd opgedrongen. Er werd zelfs gefluisterd over vervolging van invloedrijke elven.

Door de onderdrukking van het keizerrijk werd Aldur’s volk getemperd, niet langer verdeeld maar verbonden door naam, tegenslag, en een drang om terug aan de macht te komen. Het was dan ook niet gek dat, toen het keizerrijk uit elkaar begon te brokkelen na de dood van Keizer David, Aldur’s volk zich verenigde en zich losvocht van het keizerrijk.
De dag van de dood van keizer David wordt nog altijd gevierd in het rijk van Iltharion.

Onder leiding van Ylyndar trokken ze naar het noordoosten om de oude ruïnes van hun oude rijk Iltharion opnieuw het leven in te blazen. Door hun ambitie, vereniging en hun kennis over esoterie leek Aldur’s volk onstopbaar. Inmiddels is hun macht flink afgenomen door verschillende rampen die hebben plaatsgevonden in hun gebied zoals de Infectie van het Kind.

Ondanks dit alles wordt een gemiddelde elf van Aldur’s volk tussen de 130 en 150 jaar oud, en zien ze de kortere levensduur van mensen als een kenmerk van zwakte. Hun interesse in de mystieken is altijd gebleven, en nog altijd zoeken zij naar de verloren werken van hun voorouders.