Geruchten 3988 (lente)

Waar je ook komt, de wereld zit vol van wilde verhalen. In een herberg vertelt een bard over de legers waar hij ooit mee reisde, angstige reizigers schuilen in huizen en praten met trillende stem over de gevaren die ze tegenkwamen, en dappere avonturiers scheppen op over de schatten die ze zullen vinden op hun bestemming. Wat er van waar is, dat is moeilijk te zeggen. Maar sommige verhalen zijn hardnekkig, en blijven hangen. In de lente van 3988* waren de volgende verhalen bij iedereen wel bekend, al vonden de meeste bards dat toen al oud nieuws, en vertelde nieuwere verhalen .

De belegering van Torquil
Iedereen weet dat de legers van de Hoogelfen een flinke tijd de hoofdstad van het Keizerrijk hebben belegerd. Gevlucht uit hun eigen landen, waar een gevaarlijke infectie tot wijdverspreide gekte leidde, waren ze opgetrokken naar de enige stad groot genoeg om hun volk te huisvesten, in de hoop daar een nieuw thuis te vinden. Het bleek vergeefse hoop; de Keizerin had de stad in een ijzeren greep, en heeft de aanvallen telkens afgeslagen, tot de infectie in het elfenrijk uiteindelijk verslagen werd en ze zich stilletjes terugtrokken om hun steden te herbouwen.
Over de belegering gaan een paar gekke verhalen. Iedereen is het er over eens dat er grote hoeveelheden ondoden opstonden, vanuit de gevallenen van de strijd. Wie dit precies veroorzaakte, is een zaak waar weinig overeenstemming over is. Sommigen zeggen dat de Elfen zelf de ondoden overeind zette, in de hoop de Keizerin een hak te zetten, maar dat de wil van de volgelingen van de Keizerin zo sterk was dat ze zich niet tegen haar wilde keren, zelfs in de dood. Anderen zeggen dat het de Keizerin zelf was die haar volgelingen na de dood terugriep in haar dienst. Weer anderen zeggen dat de Goden zelf zich bemoeide met deze strijd, en dat Angharad en Kalithe een gevecht voerde om de gevallenen. Hoe dan ook, gevallenen in de belegering vonden zelden echte rust.
De hoeveelheden ondoden op de velden zorgde voor interessante technieken onder de soldaten van beide kanten. Één compagnie specialiseerde zich in het knuffelen van ondoden, een daad die hen direct rust deed vinden. Anderen leerden juist om totaal onbewogen te blijven staan, wanneer ondoden in de buurt zijn, omdat ze dan niet gezien werden. Weer anderen kochten de ondoden om, met grote hoeveelheden goud. Zelfs de bards twijfelen aan de waarheid van deze verhalen… Maar vertellen ze toch graag, in de taveernes waar stervelingen dromen over heldendaden.
Hoe het ook echt gegaan mag zijn, het beleg is beëindigd, en Torquil is weer vrij. Één overwinningsfeest was er, waarin de Keizerin zelf gezien werd, in al haar bijna onmenselijke schoonheid. Daarna heeft ze zich teruggetrokken in de bibliotheek, naar het schijnt om zich te verdiepen in de studie van eeuwenoude documenten over de politieke stand van zaken indertijd. En, zo zullen de meeste vertellers daaraan toevoegen, het kan bijna niet anders dat ze daar zoekt naar tactieken om haar Rijk weer te doen groeien…

De bandieten in de Breniaanse bossen
In de bossen van Hertogdom Brenna, in het Graafschap Indeboom, is veel aan het gebeuren. De nieuwste geruchten spreken over een verraad, een oorlog, mogelijk een invasie. Maar er gaan al langer verhalen over dit gebied, want er zitten bandietenbendes die indruk maken.
Verhalen over deze bende doen niet alleen de ronde door de rijkdom die ze bieden, al zijn veel arme zielen naar de bossen getrokken in de hoop bergen goud te krijgen door zich aan te sluiten. Ze gaan ook niet alleen over een belangrijke Kist van het Keizerrijk, die hier ergens uit de bossen is gestolen door een groep bandieten, om daarna leeg bij het Keizerlijk Paleis bezorgd te worden. Nee, ze gaan vooral over Mathilda van Brenna.
Mathilda is de dochter van Hertog Joop van Brenna. Ze leefde een goed leven in zijn Burcht, en had niets te wensen. Ze staat bekend als een schone dame, van goed gedrag, en met een sterke wil, waar ook haar vader om gekend wordt. Het was niet ondenkbaar dat zij een machtig vrouw zou worden in het Keizerrijk, en met die gedachte in het achterhoofd regelde Hertog van Brenna een huwelijk met een zeer invloedrijk man aan het Hof, over wiens identiteit slechts gespeculeerd wordt. Wie het ook moge zijn, het zinde Mathilda niet. En nadat haar vader haar toch dit huwelijk opdroeg, besloot zij tegen zijn wil in te gaan.
Maandenlang was Mathilda zoek; de familie van Brenna maakte zich wilde zorgen, over een ontvoering of zelfs moord. Toen werd plotseling bekend dat bij de bandieten in de bossen een adellijke vrouw rondliep, die al grote indruk had gemaakt op de andere bandieten en een zekere macht in hun organisatie had. De omschrijvingen van de vrouw maakte het snel duidelijk: Het ging om Mathilda.
Toch is het haar vader nog niet gelukt haar terug te krijgen. Zijn legers zijn niet effectief tegen de wijd verspreide bandieten, en hij is voorzichtig met het leven van zijn dochter. Maar velen zijn naar haar op de uitkijk: Het is algemeen bekend dat Hertog van Brenna gul zal geven aan degene die zijn dochter weer thuisbrengt.

Onrust in het Pantheon
De geschiedenis heeft wel geleerd dat er altijd geruchten over de Goden gaan, al blijkt er achteraf telkens weinig van waar. Toch zijn sommige geruchten hardnekkig, tot jaren aan speculatie toe…
Zo gaat er op het moment de ronde dat Driscoll zijn beker kwijt is geraakt, en dat deze nu ergens rondzwerft. In de handen van een waardig gelovige is de beker niet leeg te krijgen: Er vloeit voor eeuwig de beste wijn uit die men zich maar voor kan stellen. Maar in de handen van een afvallige van Driscoll geeft de beker slechts vergif.
Ook zegt men dat verschillende paladijnen van Shivaun de opdracht van hun God hebben gekregen alles te doen voor de winst, en dat ze daarbij het pad van Eer uit het oog zijn verloren. Meerderen zijn uit hun Orde gezet, maar door hun handelen wordt ook de eer van Shivaun in twijfel getrokken.
Natuurlijk is er ook de eindeloze speculatie over het Kind, de jongste van de Goden. Het gevolg van het Kind groeit snel, en op de gekste plekken worden schommels aan de bomen gehangen. De volgelingen vieren nog steeds dat het Kind tot God verheven is, maar sommige anderen mompelen nu dat het Kind dit helemaal niet wilde… Wat het dan wel zou willen, dat lijkt niemand te weten.
En dan is er nog de altijd mystieke Waakster… Er zijn maar weinig stervelingen die graag haar Oog op zich gericht zien, en die angst lijkt alleen maar toe te nemen. Het wordt algemeen als onwijs beschouwd om openlijk slecht over de Waakster te praten; haar ogen zijn immers alom vertegenwoordigd, verstopt onder vrienden en familie. Maar in donkere hoekjes wordt gefluisterd: Pas op, kijk nooit in Haar Oog, want Zij zal je vangen en nooit meer laten gaan…

Zo gaan de meest verspreide verhalen in de lente van 3988*, al komt het meeste van dit nieuws nog uit het najaar van het voorgaande jaar. De bards vertellen vele nieuwe verhalen… Dus zoek ze op, in dorpen, op wegen, in taveernes en onder de sterrenhemel: Zij zullen je vertellen wat écht nieuws is deze dagen!

*IC jaartal 3988 is OC jaartal 2019.