De Vrije(re) Volken

Buiten de strikte grenzen van de staten en rijken van de mensen, leven nog vele anderen. Veel van die groepen zijn te klein om te noemen, maar sommigen worden op veel plekken gezien en drukken hun stempel op de wereld.

De stammen van de Wilde Landen
Het mogen dan allemaal kleine groepjes zijn, het zijn wel héél veel kleine groepjes. Rondtrekkende veehouders, dorpsbewoners in de wouden, rovers die reizigers overvallen: In de Wilde Landen loopt van alles rond. Deze groep wordt gekenmerkt door hun veerkracht, waarin ze iedere tegenslag toch weer opvangen en doorgaan. Binnen de Wilde Landen gaan de verschillende stammen liever niet met elkaar om, maar daarbuiten vinden ze elkaar, alsof alle verschillen die ze ooit kenden niet meer gelden nu ze hun thuis verlaten hebben.

De thuisloze sjamanen, wijsgeren en priesters
Overal zijn ze te vinden: Rondtrekkende individuen of kleine groepen, die kennis en wijsheid brengen. Uit de Wilde Landen komen de sjamanen, maar ook uit andere gebieden verschijnen ze in ruime getalen, om de wereld in te trekken en hun woord te verspreiden. Ze trekken zich niets aan van landsgrenzen, slechts van de anderen die ze tegenkomen. De meeste worden gekenmerkt door een mate van rust en acceptatie, maar het belangrijkste van allemaal: Ze zijn waar ze zijn, omdat ze een beeld hebben van hoe de wereld zich moet vormen, en ze daar invloed op uit willen oefenen.

De Sutri
Deze groep leeft op de vuureilanden, en staan ook wijd bekend als de vuurvikingen, al is dat een term die ze verafschuwen. De Sutri bestaat eigenlijk uit 6 clans, deze 6 clans worden gekenmerkt door verschillende woads, die kenners van de stammen makkelijk herkennen.
Ondanks dat er 6 verschillende clans zijn heersen deze clans toch in een soort Hiërarchie. De “Sterkste Clan” is de clan die het meeste heeft geoffert aan de vulkaan ‘De Gnista’. Elk jaar vindt er een offering plaats om dit opnieuw te bepalen. Er gaan verhalen rond dat er nog andere clans waren en dat deze niet meer terug zijn gegaan naar de vulkaan ‘De Gnista’.
Het leven van de vuurvikingen draait dus veelal om hun offers aan de vulkaan. Het brengt ze tot een wild en vrij leven, waarin ze de oceanen rondtrekken om offers te verzamelen en hun eigen kracht en waarde te bewijzen. Het leven van de Sutri is hard, maar je zult ze zelden horen klagen: De Gnista geeft ze wat ze nodig hebben.