Benice

Eigenlijk was Benice een klassieke keizerrijksstad, waar adel het voor het zeggen had en veel geld verdiend werd over de rug van de armeren. Maar Benice had altijd al een groot voordeel: De gunstige ligging. De uithoek van het Keizerrijk werd door vrijwel niets bedreigd, alleen de vuurvikingen waren soms een irritatie. En aan de kust en een riviermonding bloeide de handel snel op, om de rijken nog rijker te maken. Ook in die tijd al voer Benice haar eigen vlag: Paars, met goude borduursels, om met hun rijkdom te pronken.

In de kern is er sinds de ontsnapping uit het Keizerrijk weinig veranderd, ondanks een heftige en gewelddadige machtsstrijd. De adel werd uit de stad verdreven, en de rijkste, slimste en sluwste handelarenfamilies hebben op bloederige wijze de macht overgenomen. Maar ja, de rijken maken zichzelf nog steeds rijker, de armen hebben weinig stem. Vol trots spreken de reizende handelaren, te herkennen aan hun rijke kleding, vaak met paarse tinten, over de Hoogst Serene Republiek van Benice, waar de verkozen Handelsprins de taak heeft om de voorspoed van de stad verder te vergroten.

De ware macht ligt ondertussen bij de acht rijkste families van de stad, de Patriciërshuizen, die de strijd na het verdrijven van de adel wonnen. Al generaties lang is geen nieuwe familie toegetreden tot dit bastion van macht in Benice. Gezamelijk kiezen de leiders van deze huizen een Handelsprins, die tot zijn dood regeert. Het kiezen van een nieuwe prins is een lang proces, want een absolute meerderheid is vereist, en het kan jaren duren voordat de patriciërs het met elkaar heen worden.

Nu heerst Handelsprins Hendrik Johanszoon, van huize Johanszoon. Hij heeft een sterke bondgenoot in de huizen Klinkhamer, van der Linde en Wagenvoort, maar de andere huizen beginnen hun enthousiasme over deze Handelsprins kwijt te raken. Met name nu de rooftochten van de Vuurvikingen Benice verder beginnen te verzwakken, en Johanszoon het probleem maar niet onder de duim weet te krijgen, begint er gemor te komen. Er wordt al gemompeld dat het niet lang meer zal duren voor één van de Patriciershuizen een deel van hun fortuin uitgeeft om de Prins een vervroegd einde te doen krijgen.

Ondanks de Vuurvikingen gaat het zo slecht nog niet. De inwoners zijn de Goden, en met name Trovat, erg dankbaar voor de economische voorspoed van hun stad. De handel met de dwergen, een monopolie van Huize Klinkhamer, doet de stad veel goeds, en ook met de bouw van een nieuwe generatie handelsschepen loopt voorspoedig. Er gaan zelfs geruchten dat enkele huizen praten over het opzetten van een Kolonie, maar waar dat zou moeten gebeuren is volkomen onduidelijk. Er zullen in ieder geval gouden bergen nodig zijn om genoeg soldaten in te huren, want een eigen leger hebben de huizen niet. Maar gouden bergen zijn er genoeg, in Benice.